Het grote stilzwijgen rond het drama van Zhengding: een samenzwering?

Introductie

Toen twee jaar geleden de MH17 werd neergehaald op 10 km hoogte in oorlogsgebied in de Oekraïne verschenen er berichtjes waarin het succes van het neerhalen van het vliegtuig werd beschreven. Daarna werden die berichten ontkend en weg gehaald; het rampgebied werd afgeschermd en steeds ontoegankelijker, zeker voor officiële partijen. Autoriteiten bemoeiden zich ermee; over en weer wees men elkaar als schuldigen aan. Beide kampen deden hun best om onderzoek op de plaats van de ramp te dwarsbomen en officieel onderzoek zo lang mogelijk te vertragen. Individuele journalisten of door wanhoop gedreven familieleden waagden zich in het rampgebied, waardoor toch meer van de omvang van de ramp duidelijk werd. Een plaatselijk incident – wellicht onbedoeld - groeide uit tot een drama van internationale allure. Een vergelijkbaar scenario heeft zich afgespeeld op en na 9 oktober 1937 in het drama van Zhengding.

Bij zulke rampen vraagt men zich af welke partij wát onder de pet wil houden t.a.v. het gebeuren, de daders, en het motief? Er zijn twee documenten die van manipulatie reppen. De eerste is een uitspraak van de Trappist P. Edmond. 'Leugens vertellen zonder einde, iets ervan zal blijven hangen zelfs als de waarheid bekend is'. De aanleiding komt later aan de orde.

De tweede betreft een terugblik van de Japanse priester Taguchi op zijn reis door Noord China als lid van een speciale commissie om de relatie tussen katholieke kerk en het Japanse leger te verbeteren. Daarin somt hij een aantal ingrediënten op om de waarheid te manipuleren, weliswaar m.b.t. internationaal communisme, maar praktisch toepasbaar als een wiskundige formule op andere situaties, zoals de moord op Mgr. Schraven c.s.:

a) Japans eerste oogmerk is zichzelf en haar buren te beschermen tegen de altijd aanwezig dreiging van het internationaal Communisme;

b)'een uiterst intelligente perscampagne is erin geslaagd om de buitenwereld blind te maken voor de realiteit';

c)'mensen kunnen slechts een waar oordeel over de waarheid vormen indien zij de feiten kennen en er zijn ongetwijfeld machtige autoriteiten belanghebbend in het verduisteren van de waarheid aangaande de huidige situatie';

d) 'De onderdrukking van de waarheid over de verschrikkingen van het Communisme is beschreven [...] als een samenzwering van stilzwijgen'.
Zijn de volgende punten ook zorgvuldig voorbereide ingrediënten om de waarheid met betrekking tot de massamoord in Zhengding in de doofpot te stoppen:

1) voorkomen van het kennen van de feiten;

2) een perscampagne om de buitenwereld te misleiden;

3) de bijstand van machtige autoriteiten belanghebbend in het verdonkeremanen van de waarheid.

Laten we eens kijken hoe het in zijn werk ging.

1. Stilzwijgen over de gebeurtenis

Op 9 oktober 1937 namen de Japanners de stad Zhengding in en 's avonds werden bisschop Schraven en 8 andere Europeanen weggevoerd (en vermoord, maar dat wist men toen nog niet). Uit de archieven blijkt dat op 10 oktober in de spreekkamer van de bisschop al de eerste maatregelen getroffen werden, waarin besloten werd dat iedereen zijn mond moest houden over het gebeurde op straffe van executie. De Japanners namen allerlei maatregelen om de stad en de streek af te grenzen. Geen vrij verkeer van personen en goederen. Voor alles toestemming en een visum nodig. Intensief fouilleren en censureren. Het lukte missionarissen samen met de prior van het trappistenklooster buiten Zhengding toch anderen te informeren. Deze verwittigden de Franse pater Chanet 60 km verderop door middel van een briefje op zijden genaaid in de binnenvoering van de mouw van een jas. Ook pater Chanet kon de ontvoering niet geloven tot ook pater Henri Vonken kwam. Pater Chanet wilde zelf naar Peking om te waarschuwen, maar kreeg geen toestemming. Eén Chinese koerier bereikte Mgr. Montaigne in Peking, en deze bracht de Franse ambassade op de hoogte (deze koerier verdween in de gevangenis). De Franse ambassade wist dat er iets loos was, omdat berichten over het welbevinden van de buitenlanders in de Missie van Zhengding bleven binnenkomen. Ondanks de draconische maatregelen om grote gebieden zo hermetisch mogelijk af te sluiten en een verspreiding van het nieuws over het gebeuren te voorkomen, kwam 23 oktober internationaal naar buiten dat 9 Europeanen waren weggevoerd.

1. Stilzwijgen over de daders

Nu het gebeuren niet langer stil gehouden kon worden, begon het geharrewar over de daders. Wij herkenen het van de ramp met de MH17: We zien beelden van een neergestort vliegtuig. Vervolgens begint het getouwtrek om wie de daders zijn: Oekraïner, rebellen, Russen.

In 1937 gingen de beschuldigingen naar de Japanse soldaten, de Manchureërs, de Koreanen in dienst van het Japanse leger, Chinezen in dienst van het Japanse leger, een bende van tien, een rest van het Chinese leger, Chinese bandieten.

De Japanse ambassade beantwoordde het verzoek van 23 oktober voor nader onderzoek slim: Had de Franse ambassade in zijn bericht aan de Japanse ambassade niets vermeld over een groep daders in Japanse uniformen om de hoop op het redden van de gevangenen (men wist nog niet dat ze vermoord waren) niet te ondergraven, op 24 oktober al ging het bericht de wereld over dat Chinese bandieten leden van de Katholieke Missie in Zhengding gevangen hadden genomen. Hier sloot het gezaghebbende l'Osservatore Romano zich bij aan, een krant die zijn nieuws van de Propaganda Fide kreeg. De PF was op de hoogte gebracht, maar corrigeerde desondanks de berichtgeving niet. Italië en zijn autoriteiten waren Japans gezind en de PF wilde haar relaties met Japan niet in gevaar brengen. [Met hulp van machtige autoriteiten die er belang bij hebben de waarheid verborgen te houden!] En zo was de 'leugen' de wereld in geholpen dat Chinese bandieten de missionarissen meegevoerd hadden. Pas 3 weken na de verdwijning kwam er pas een eerste Japans onderzoek door Japanners in Zhengding zelf.

Na een maand (10 november) vond Chinees personeel van de missie restanten van kleren, bril etc. in een gat met veel as op slechts 10 passen van de twee vuurstapels, waar de Japanners hun doden hadden verbrand. Dáár onder het oog van de Japanners hadden Chinese soldaten toch onmogelijk de missionarissen om het leven kunnen brengen? Chanet slaagde er in ook dit bericht op 12 november Peking binnen gesmokkeld te krijgen.

Maar voordat dit feit bekend werd, had de Japanse autoriteit in China al besloten om een officieel onderzoekscommissie naar Zhengding te sturen. De Japanse ambassade dacht dat dit geen zaak was voor de militairen. De commissie bestond uit de speciale commandant Yokoyama en de Japanse priester Taguchi geschoold bij de Propaganda Fide, die de 'verdwijning' van vijf weken eerder zou onderzoeken!!!! .Mgr. de Vienne, de voorganger van Mgr. Schraven, wilde ook mee naar Zhengding, maar hij kreeg te horen: 'Het gebied ten zuiden van Baoding is niet toegankelijk, zelfs niet voor Japanse burgers'. De militaire autoriteiten slaagden erin de zaak een paar dagen te vertragen. Uiteindelijk mocht Mgr. de Vienne toch mee reizen met de Japanse onderzoekscommissie.

De twee Japanse officieren stonden erop de zaak toe te schrijven aan 'irregular Chinese'. In zijn dagboek schreef p. Chanet: 'Zij vermeden het de handelingen toe te schrijven aan Japanse soldaten'. En Chanet vermeed dit evenzeer. Hij gaf de officieren zijn eigen eerste onderzoekrapport. Hij neigde naar de Japanse versie, want hij kon zich niet meer voorstellen dat Japanse officieren het gedaan zouden hebben. De Franse ambassade signaleerde de afzwakkingen door Chanet .

Nog een strategie om onplezierige zaken tot zwijgen te brengen en toe te dekken kwam aan het licht: Commandant Yokoyama maakte hoffelijk de tegenpartij het volgende duidelijk: 'om meer respect te verdienen is het beter om niet te veel op het incident te insisteren, maar op het gunstige gedrag van het Japanse leger daarnà!' Toen ze op 17 november in Zhengding arriveerden konden de twee Japanners niet om de bewijzen van de moord heen! Taguchi meldde in zijn rapport dat de kwestie behandeld moest worden als een private lokale aangelegenheid. De katholieke missie mocht de kranten geen aanleiding geven tot anti-Japanse propaganda (Taguchi). In de woorden van p. Chanet: ze moesten de zaak niet erger maken in deze tijden van spanningen tussen de naties. M.b.t. de daders schrijft Taguchi In zijn geheim rapport: 'In de observaties van Chanet waren reguliere soldaten van het Japanse leger van enige betrokkenheid uitgesloten, maar indien zij er wel bij betrokken waren bij de misdaad, dan toch niet op bevel van Japanse officieren'. Om de affaire op 'lokaal' niveau te regelen werden er vijf voorlopige voorwaarden opgesteld: een herdenkingsdienst, excuses, een schadeloosstelling, een monument en een brief naar de paus. Uit het rapport van Taguchi wordt duidelijk met welk oogmerk de onderzoekscommissie handelde: 'om de eer van het Japanse leger niet te schofferen is het niet geoorloofd om op het monument méér te schrijven dan de namen van de slachtoffers en de voorgestelde tekst'. Geen vermelding van het Japanse leger. Chanet en Mgr. de Vienne gingen akkoord. Op lokaal niveau werd overeengekomen dat de slachtpartij viel onder de verantwoordelijkheid van het Japanse leger als gevolg van een misverstand. Vanaf nu is er een onderscheid tussen lokaal en officieel publiekelijk niveau. Lokaal wordt betrokkenheid erkend, officieel niet.

Er was veel geharrewar over het onderscheid tussen condoleances, spijtbetuigingen en excuses. En over de hoogte van de schadeloosstelling en aan wie die werd uitgekeerd. In een brief van 13 februari 1938 gaf de juridische adviseur van de Japanse ambassade toe, dat militaire kringen officieel niet konden toegeven dat het Japanse leger verantwoordelijk was en dat het compensatiebedrag dus ook niet zo hoog kon zijn, dat het blijk zou geven van enige instemming met de verantwoordelijkheid van het Japanse leger. 'De eer van de Etat-Major (de hoogste Japanse militaire autoriteit in China) liet het niet toe enig andere theorie te accepteren'. Een officiële erkenning zou het Japanse leger blameren, en dat was een 'over mijn lijk' voor de Etat-Major.

De Franse secretaris probeerde de teleurstelling van p. Chanet over de lage schadeloosstelling te compenseren. Hij zette de Japanse collega en Etat Major nog eens onder druk om nog één schadeloosstelling extra uit te keren op straffe van het openbaar maken van het verdonkeremanen van de waarheid en de schandalige deal. Dat zou pas een blamage voor het Japanse leger zijn. De Etat-Major hapte toe maar sloeg dubbelhard terug: hij ging akkoord op voorwaarde dat er nooit meer over Zhengding gesproken zou worden. Daarmee slaagde het Japanse leger er in ook de Franse ambassade monddood te maken met betrekking tot de catastrofe van Zhengding.

2. Stilzwijgen over het motief

Ook over het motief leek een web van stilte gespannen. Het is een raadsel voor de missionarissen. Vóór zijn komst naar Zhengding staan de brieven van Chanet vol van zijn ingrijpen op zijn missieterrein om Japanse soldaten van de Chinese vrouwen weg te houden. Hij schrijft zelfs meermaals naar de Japanse commandant dat vanwege het katholieke geloof katholieken geen vrouwen aan soldaten kunnen geven! Maar in Zhengding aangekomen, geeft p. Chanet slechts twee meldingen: 1. In zijn dag/notitieboekje schrijft hij dat er geen verkrachtingen van personen waren noch bij de zusters Jozefienen noch bij de Dochters der Liefde. 2. In een brief meldt hij dat de Chinese priester Job Chen, zijn 'secretaris', een oogje in het zeil houdt bij de vrouwelijke vluchtelingen. Verder komt het thema niet meer in zijn correspondentie voor.

Voor de zusters daarentegen is het wel een big issue. De zusters kunnen geen hongerige gevluchte vrouwen en meisjes uit de omliggende dorpen wegsturen, hoewel ze zelf ook geen voedselvoorraad meer hebben, want dat staat gelijk aan hen uitleveren aan de Japanse soldaten! Deze soldaten proberen steeds binnen te komen en zaaien paniek tussen al die vluchtelingen. Er is een Japans bevel tot vertrek van alle (vrouwelijke) vluchtelingen, dat Chanet nergens noemt. Voor 19.00 uur 's avonds moet men vertrokken zijn. Wie zich er niet aan houdt, zal zwaar gestraft worden. De zusters schreven onomwonden: 'Voor vrouwen is de oorlog niet voorbij; zij blijven altijd blootgesteld'.

Het oudste getuigenis over de moord maakt melding van de vraag aan Mgr. Schraven om meisjes, de weigering en de woede-uitbarsting. Dit verslag van 1 december 1937 op de Nederlandse ambassade noteert expliciet in diplomatieke taal van de verschillende moeilijkheden die mogelijke getuigen ondervinden (Het gaat elders over executie). Deze link tussen weigering en woede komen nog tweemaal elders terug. Op 8 december 1938 voegt de Oostenrijkse broeder Franz Friedrich een aspect toe, toen Japanse soldaten de foto's van de missionarissen bekeken en zeiden: 'Hadden zij ons de verlangde 200 meisjes gegeven, dan was er niets gebeurd'! Dit getal van 200 betrof het benodigde aantal om een regiment van 4000-5000 Japanse soldaten van vrouwen te voorzien! Aan het hoofd van een regiment staat een commandant. Dit getal is ook bewaard gebleven in de Chinese traditie. [In het boekje 'Het lijden en het martelaarschap van Mgr. Schraven']. In 1946 wordt in een krant in Tianjin een feuilleton geplaatst met de vraag waarom deze heldendaden verzwegen moeten worden? Toen alle missionarissen op de vrachtwagen waren, vertelden de mensen, vroegen de Japanse soldaten aan bisschop Schraven 300 jonge vrouwen in ruil voor vrijlating. De bisschop schreeuwde vanaf de truck: 'Ik ben de bisschop. Ik zou liever sterven, dan zo iets te laten gebeuren'.

De wraak omwille van het gezichtsverlies heeft het Japanse leger in grote verlegenheid gebracht. Ook is er een uitspraak van Japanse officieren overgeleverd, die na een inspectiebezoek aan Zhengding op 10 oktober zeiden: 'In Zhengding hebben wij ons gezicht verloren'. Er lijkt een order aan Japanse soldaten uitgegaan te zijn om van vrouwen op de Missie in Zhengding af te blijven. Het thema vrouw en soldaat (motief én dader)bleef zo uit het vizier. Een Japans telegram noemt het gebeuren een catastrofe/een ramp. Gezichtsverlies moest tot elke prijs worden vermeden.

Japanse soldaten hebben zelf het verband tussen moord en motief bevestigd en het stilzwijgen daarover doorbroken, toen zij in Luanfu, waar de Nederlandse Franciscanen zaten, om vrouwen vroegen. Ze zeiden: 'Vergeet niet wat er in Zhengding' gebeurd is.

3. Stilzwijgen over de martelaren

De Japanse commandant Yokoyama erkende in een brief van de onderzoekscommissie gericht aan de Apostolisch Delegaat, dat Mgr. Schraven c.s. 'gevallen zijn als martelaren voor hun missionaire ideaal'. Hij ondertekende zelf in naam van luitenant-generaal Okabe, chef van de Etat-Major van het Japanse leger. Ook de originele Japanse brief is boven tafel gekomen, diep weggestopt in een archief waar ze niet thuishoorde, ontdaan van zijn enveloppe in een ander archief. Zo gemakkelijk kunnen ook op officieel niveau zaken achter de schermen verdwijnen.

Dezelfde brief werd ook naar de oudste missionaris in Zhengding gestuurd, met een expliciet verbod van Mgr. de Vienne deze in de openbaarheid te brengen. Ook was er een instructie uit het Vaticaan, waarin kerkelijke autoriteiten met zorg elke blijk van speculatie over het bloed van de martelaren moesten mijden. Er kwam verzet bij nieuwe jongere missionarissen in 1939: 'Waarom mag er niet over gesproken worden?' De opvolger van Mgr. Schraven de Chinees Job Chen werd in mei 1939 niet in Zhengding bisschop gewijd, maar in Tianjin. Ondanks het spreekverbod koos Job Chen Qiming zich een bisschopszegel met een tekst, die niets aan duidelijkheid te wensen over laat: 'Laten wij treden in het voetspoor van de martelaren'.

4. Conclusie

De eerder geciteerde woorden van de Japanse priester Taguchi over het communisme blijken toepasbaar en uitwisselbaar met de affaire van Zhengding. De onderdrukking van de waarheid met betrekking tot de verschrikkingen van de moord op 9 Europeanen, ondanks zijn duidelijke nieuwswaarde, kan worden beschreven als een samenzwering tot stilzwijgen.

'Zonder ophouden leugens vertellen, daar zal altijd iets van blijven hangen ook als de waarheid bekend is'. Deze bewering geldt nog steeds. Dat is wat ik ook vrees voor de nabestaanden van vlucht MH17. Een ander tijdperk, verschillende mogelijkheden, maar kijkend vanaf de zijlijn lijken vergelijkbare strategieën en methoden gebruikt te worden om de waarheid uit het zicht te houden. Japanse nationalisten in onze tijd, die niet met hun verleden in het reine zijn, vinden inmiddels genoeg gedigitaliseerde kranten om hun gelijk te halen. Wij denken dat wij met behulp van vele bronnen uit archieven recht hebben kunnen doen aan het gezegde: 'al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel'. Daarvoor is lange adem nodig.

Moge een zaligverklaring van Mgr. Schraven en gezellen er toe bijdragen dat het doorbreken van het grote stilzwijgen publiekelijk internationaal recht zal doen aan hun geloofsgetuigenis.

M. Hermans
Simpelveld 9 oktober 2016


Andere taal?