Bisschop Schraven: zijn spirituele identiteit

Tjeu van Knippenberg c.m.

De identiteit van bisschop Schraven wordt duidelijk, zoals bij ieder mens, in de antwoorden die hij geeft op de vraag ‘Wie ben je?’ Hij kan die vraag op verschillende niveaus beantwoorden. Van paspoortniveau tot het niveau van het fysieke (zijn lichamelijke gesteldheid), het psychologische (zijn psychische balans/disbalans), het sociale (zijn contact met de omgeving) of het spirituele (zijn verhouding tot het/de uiteindelijke). Wie is Frans Schraven? Wij kunnen het hemzelf niet meer rechtstreeks vragen. Het meest basale en zekere antwoord vinden we in zijn paspoortgegevens. We kennen zijn naam, zijn geboortedatum (13 oktober 1873) en geboorteplaats (Lottum). Zo is hij ingeschreven in het bevolkingsregister. ‘Dit ben ik’ kon hij zeggen en liet zijn paspoort zien. Zo kon hij zichzelf legitimeren, van Broekhuizenvorst in Nederland tot Chengtingfu in China.
Wie de spirituele identiteit van Bisschop Schraven wil leren kennen, moet inzicht krijgen in wat hem inspireerde, in de bronnen van waaruit hij leefde en werkte. Er zijn natuurlijk de Bijbelse bronnen. Als volgeling van Vincent de Paul krijgen deze bronnen gestalte in de Vincentiaanse spiritualiteit. Hoe heeft deze bij hem gewerkt? Om daar een voorlopig antwoord op te vinden, ga ik te werk via drie deelvragen. Wat is spiritualiteit? Wat is Vincentiaanse spiritualiteit? Hoe krijgen we zicht op de kwaliteit en uitwerking daarvan bij Bisschop Schraven?

1. Wat is spiritualiteit?
Vandaag de dag is spiritualiteit een veelgebruikt woord in een hele reeks van uiteenlopende betekenissen. Het wordt in verband gebracht met tarotkaarten, Happinez magazine, astrologie en alles wat ‘para’ is: paragnost, parastar, paraview. Het voorvoegsel ‘para’ betekent naast of voorbij het zichtbare. Het gaat over dingen die ons rationele weten te boven gaan. Ze hebben te maken met een ander soort weten dat zich vooral via de persoonlijke, innerlijke ervaring aandient.
De betekenis van spiritualiteit die ik hier wil hanteren, heeft gelijkenis met de zojuist genoemde betekenis maar verschilt er ook erg van. Als ik het ga hebben over de spiritualiteit (of spirituele identiteit) van Mgr. Frans Schraven, dan bedoel ik niet een spiritualiteit die gericht is op kortere of langere gemoedstoestanden, maar een instelling/houding die verband houdt met heel de range van menselijke levenservaring. Zulk een spiritualiteit was de voedingsbodem van waaruit Schraven leefde, het geestelijk kapitaal dat hem in zijn tijdruimtelijk bestaan ter beschikking staat en waarmee hij de werkelijkheid waarin hij leefde tegemoet trad.
Spiritualiteit krijgt een heel eigen invulling door de verschillende maatschappelijke en culturele omstandigheden waarin zij ontstaat en bij mensen een rol speelt. Wanneer ik spreek over de spiritualiteit van bisschop Schraven, heb ik het over de spiritualiteit van iemand die westers rooms katholiek is in de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw. Juist op de grens van die twee eeuwen vertrekt Frans Schraven naar China waar hij zijn spiritueel kapitaal zal verruimen en in dienst stellen van het Chinese volk.
Dit spiritueel kapitaal heeft hij verworven en opgebouwd in de ruimte waarin hij leefde: Lottum, Broekhuizenvorst, Roermond, Parijs. Het is ook gevormd door de collectieve identiteit zoals die gestalte kreeg rond de vorige eeuwwisseling in Nederland en Frankrijk. In deze tijdruimtelijke situatie heeft bisschop Schraven op zijn manier gezocht naar de betekenis van het verband waarin hij leefde: gevoelens van thuis en vreemd zijn, van achting en vijandschap, van toebehoren en uitgesloten worden. Evenzo heeft hij gezocht naar de richting in zijn gang door de tijd: hoe rijmen continuïteit en verandering met elkaar, is er sprake van een plan of van louter toeval. Bij dat alles was er een groot besef van het mysterie dat huist in het tijdruimtelijk bestaan en dat het fundament is onder een steeds veranderende wereld. Religie heeft altijd een weg gevonden om spiritualiteit te voeden. Zij heeft rituelen, gewoonten en praktijken aangeboden om beter in staat te raken menselijk te zijn.
Voor het religieus besef dat bisschop Schraven eigen was, ligt het zwaartepunt van zijn spiritualiteit in zijn relatie met God. Volgens het Bijbels geloof hebben mensen hun oorsprong in een goddelijke transcendentie. Zij staan in relatie tot deze hogere of diepere werkelijkheid. Die relatie is niet een toestand, maar een gebeuren. De relatie tussen God en mens ontwikkelt zich in een proces van voortdurende omvorming . We mogen aannemen dat Frans Schraven in dat proces gedragen wordt door zijn relatie met God die hem te boven gaat en die de verborgen kern is van zijn bestaan. Door die relatie wordt hij gevormd. Van daaruit denkt, voelt en handelt hij, in navolging van Jezus die God ‘abba’ noemt, letterlijk pappa, een relatie van eerbied en nabijheid. Daar ligt de oriëntatie voor het doen en laten van Frans Schraven. Dat is zijn spiritualiteit, zijn spiritueel kapitaal van waaruit hij leeft en werkt. Hoe hij met dit kapitaal omgaat, leert hij uit het evangelie en uit de erfenis van Vincent de Paul, de stichter van de congregatie waartoe hij behoort.


2. Wat is Vincentiaanse spiritualiteit?
Wat is specifiek aan de spiritualiteit van Vincent de Paul? Anders gezegd: hoe krijgt bij hem de relatie met God gestalte? Wat is zijn voedingsbodem – welk is het geestelijk kapitaal waarmee hij werkt – en hoe wordt deze voedingsbodem zelf gevoed? De voedingsbodem van Vincents spiritualiteit ligt in het besef dat God actief aanwezig is in de wereld, in gebeurtenissen en in mensen. Vincent verwoordt deze wetenschap als een leidraad voor houding en gedrag in de door hem graag gebruikte uitdrukking ‘côtoyer la Providence’, langs de kustlijn van de Voorzienigheid varen; de Voorzienigheid stap voor stap volgen.
Deze spiritualiteit wordt gevoed en versterkt door meditatie en de beoefening van caritas. Meditatie stelt iemand in staat zich steeds meer bewust te worden van de aanwezigheid van God. Hij heeft dat geleerd van Frans van Sales, in persoonlijke vriendschap en via diens ‘Introduction â la vie dévote’. Zijn dagelijkse meditaties beginnen met de woorden ‘Stel u in de tegenwoordigheid van God’. Je hoeft God niet dichter bij jezelf te brengen, maar jezelf dichter bij God. In die aanwezigheid kom je echt tot leven.
In de spiritualiteit van Vincent is er een band tussen passief en actief, tussen ontvangen en geven. Leven in Gods aanwezigheid wordt vergezeld door liefde voor God met het zweet op je gezicht en in de kracht van je armen. Zijn boodschap luidt: ‘Dat je ledig moet worden van jezelf om je te bekleden met Christus; dat je uit jezelf moet treden en je moet geven door concreet engagement omdat liefde, als ze echt wil zijn, affectief èn effectief is.’ (C XI, 351) .
Affectie en effect, achtergrond en voorgrond, geestelijk kapitaal en de vruchten ervan, horen bij elkaar. Vincents spiritualiteit wordt gewekt in zijn relatie tot andere mensen, met name in relatie tot mensen die aan de rand zijn geschoven. Dat is de plek van Godsontmoeting. Daar wordt de relatie tot God gewekt en blijft zij levend. De relatie met God is niet abstract, maar staat in betrekking tot de relatie met de ander en met jezelf. Dit relatiepatroon is interactief. ‘Als je aan het bidden bent en een zieke roept jou, ga dan naar die zieke toe’. Vincent noemt dat God om God verlaten, want een zieke dienen ‘c’est faire oraison’ (C IX, 326).
Vincents spiritualiteit heeft zich ontwikkeld in een omvormingsproces. Totdat hij half dertig was, beschouwde hij het geestelijk kapitaal, dat hij door afkomst, studie, wijding en slim beleid had verworven, als een verzekering voor een welgesteld en gewaardeerd leven. Daarin kwam een verandering, zichtbaar in twee gebeurtenissen die een grote impact hebben op de kwaliteit van alles wat hij heeft, zijn geloof, zijn hoop en zijn liefde.
Die ommekeer bij Vincent zien we als hij 37 jaar oud is. Twee centrale gebeurtenissen zullen het spirituele proces van Vincent diepgaand beïnvloeden en resulteren in twee thema’s die in zijn leven en werk een leidende rol zullen spelen: missie en caritas. De eerste gebeurtenis heeft betrekking op geestelijke armoede. Vincent wordt aan het bed geroepen van een stervende boer. Deze man blijkt vol angst te zitten, schuldig als hij zich voelt over het leven dat hij heeft geleid. Vincent ziet de ellende van onwetendheid, van dwang en onderworpenheid. Hij wil mensen bevrijden tot wat ze zijn: kinderen van God. Het begrip missie wordt voor Vincent concreet: Ontwikkel mensen tot bevrijdend geloof. (Tussen haakjes: dit gebeurt in het dorpje Folleville. (272 jaar later bezoekt Frans Schraven Folleville. Over dit bezoek schrijft hij dan aan zijn zus Stina: ‘wij beschouwen die kerk en dat dorp als de wieg van de Congregatie’ ).
De tweede beslissende ervaring slaat ook op armoede, maar is van andere aard. In Châtillon les Dombes krijgt Vincent op een zondag, vlak voor de mis, bericht over een arm gezin van wie de vader en kostwinner is gestorven. Diezelfde zondag preekt hij daarover, blijkbaar met zulk een overtuigingskracht dat zich in de middag reeds een processie van mensen op weg begeeft met goederen voor de betreffende familie. Zijn reactie: ‘hier is veel liefde, maar slecht georganiseerd’. Caritas wordt voor Vincent concreet.
Missie is bedoeld om het affect te versterken; caritas is de effectieve uitdrukking daarvan. Affectie is verbonden met effectiviteit. Zo is barmhartigheid verbonden met gerechtigheid. Als je iets doet voor een arme, beoefen je geen barmhartigheid, maar gerechtigheid. De kern van deze opvatting ligt in Vincents spiritualiteit die uitgaat van de ziel, datgene wat mensen ten diepste eigen is en wat hen wezenlijk met elkaar verbindt. ‘Er is alleen maar liefde als zij vergezeld gaat van gerechtigheid’(C II, 54).

3. Uitdrukking van Vincentiaanse spiritualiteit bij bisschop Schraven
Christelijke, en in het bijzonder Vincentiaanse spiritualiteit manifesteert zich in vormen van geloof, hoop en liefde. Je kunt haar betrappen in de wijze waarop en de mate waarin deze theologische deugden aanwezig zijn en vorm krijgen. Hoe zien wij dit in het leven van bisschop Schraven?
De spiritualiteit van bisschop Schraven is onomstotelijk gefundeerd in zijn geloof. Hij leeft in de tegenwoordigheid van God die bij ons is in de menswording van Jezus Christus. Daarvan getuigt hij in het begin van al zijn brieven: ‘De genade van onze Heer Jezus Christus zij immer met ons’ evenals op het einde ervan: ‘Ik blijf in de heilige Harten van Jezus en Maria’. Deze uitspraken zijn het kader waarin vragen, mededelingen, gedachten en plannen liggen ingebed. Zijn geloof staat voor een basic trust die in hem leeft. Leven is niet overleven; menselijk leven is deelhebben aan goddelijk leven Alles wat gebeurt, ziet hij in het perspectief van de eeuwigheid. Dat vertrouwen ligt ten grondslag aan een houding van gelijkmoedigheid; hij beschikt over het charisma van de lange adem en een groot uithoudingsvermogen. Meer dan eens meldt hij dat je, wat je ook overkomt, kracht kunt vinden door de zekerheid dat het hemelse leven beter is dan het aardse. 24 jan. 1903: ‘…hoe meer opofferingen wij ons hier op aarde getroosten, des te groter ook onze beloning in de Hemel.’ God is dagelijks nabij. Op 6 maart 1906 lijkt hij te spreken over wat hem meer dan dertig jaar later zal overkomen: ‘Zie je, als men elk ogenblik een kogel in zijn lijf kan ontvangen ofwel een kopje kleiner worden gemaakt, dan heeft men niets beters te doen dan elk ogenblik voor de dood bereid te zijn en men is ook niet bang meer.’ Bisschop Schraven aanvaardt zijn concreet eindige leven in al zijn fragmentatie als ingebed in de Eeuwige.
De hoop is een sensor en gids bij zijn gang door de tijd. Die hoop verschaft hem geen blauwdruk voor de toekomst, maar wel een sterk richtinggevoel in alle veranderingsprocessen die zich voordoen op zijn levensweg. Hij maakt een grote ontwikkeling mee in zijn overgang van Europa naar China. Zo schrijft hij in een brief 9 febr. 1902 ‘Ik ben pastoor geworden: verbeeld u een pastoor van nauwelijks 28 jaar, die zo half en half chinees praat en natuurlijk alles behalve op de hoogte is van al de Chinese gebruiken’. Hij heeft de instelling van iemand die op weg is. Met St. Vincent volgt hij het spoor van de Voorzienigheid. Zij is zijn oriëntatiepunt. 23 februari 1934 schrijft hij aan zijn broer Henri: ‘het hoofd omhoog houden en vooral op God vertrouwen: vroeg of laat komt er zeker uitkomst al schijnt de toekomst nog zo hopeloos. Bidden en werken is alles wat wij kunnen en Hij, die voor vogels en planten zorgt, zal ook ons zeker niet vergeten’. Steeds opnieuw kijkt hij vanuit het perspectief van de uiteindelijke werkelijkheid naar de veranderlijke werkelijkheid van zijn levensweg.
Uit zijn manier van leven blijkt dat voor bisschop Schraven de essentie van mensen verwantschap is – broer en zus zijn. De grondslag van die essentie is liefde. Van St. Vincent had hij geleerd: ‘De liefde is de meesteres. Dus moet men alles doen wat zij beveelt.’(C X, 595). De voorkeur van deze liefde gaat uit naar de armen. Een teken daarvan vinden wij in een brief van 4 maart 1921 aan Henri en familie over een bezoek aan de paus en de daarmee verbonden reis naar Europa: ‘…in alle geval voor ik de reis naar Europa onderneem, moet hier de hongersnood opgehouden hebben en alles goed geregeld en op streek zijn’. Deze houding van solidariteit blijkt aanwezig tot in zijn laatst bekende brief aan het generalaat van de Lazaristen in Parijs 17 september 1937. Hij schrijft daar: ‘In China is het altijd hetzelfde: het zijn de arme boeren die het gelag betalen’ (in dit geval vanwege de slechte oogst en de schade aan hun land door de vele loopgraven). Voor hem is liefde niet slechts barmhartigheid, maar ten nauwste verbonden met gerechtigheid. Deze liefde is zijn meesteres.
Hoe kunnen wij het karakter van zijn Vincentiaanse spiritualiteit samenvatten? Waarin manifesteert zich tenslotte zijn spirituele identiteit? In een brief van 24 juli 1898 aan zijn moeder spreekt hij over lijden. ‘Ons leven hier op aarde is een voortdurende strijd en zo wij niet vol vertrouwen zijn op God, is het leven ondraaglijk…’. Verderop reflecteert hij: ‘Maar waarom steeds spreken van lijden op een zo vreugdevolle dag? (de naamdag van zijn moeder). ‘Ja, moeder, ik weet niet waar dat vandaan komt: ik schrijf eenvoudig wat mij op het hart ligt. Een half uur nadenken om allerlei mooie woorden te vinden, die toch maar half gemeend zijn, daar houd ik niet van.’ Dit lijkt een uitspraak die cruciaal is voor zijn feitelijke spiritualiteit. Zij getuigt van een bepaald soort heiligheid. Bij sommigen is heiligheid een kwestie van groei. Bij anderen manifesteert zij zich in het antwoord dat zij geven in een uiterste situatie. Bij Schraven en gezellen vallen geloof, hoop en liefde samen en worden werkzaam op het moment dat het erop aankomt. Toen weerloze vrouwen bedreigd werden, toonden zij zich onvoorwaardelijke verdedigers van de zwakken. Hun spiritualiteit is gefundeerd in hun relatie met God. Daarin vinden zij de kracht om op het juiste moment in te staan voor kwetsbare mensen.

Andere taal?